Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de afdrukzijde naar boven in de ADF.
Zie Origineel plaatsen voor meer informatie over het plaatsen van het origineel.
Reinig het scannerglas en zorg ervoor dat er geen vuil meer aan kleeft.
Activeer de Foutencorrectiemodus (ECM) om kleurenfaxen te verzenden.
Voor meer informatie over het inschakelen van de ECM, zie Fax verzenden in foutcorrectiemodus.
Als het faxgeheugen vol is, ontvangt de printer geen faxen meer, totdat u de faxen in het geheugen afdrukt of verwijdert.
Zie Ontvangen faxen vanuit het geheugen afdrukken voor meer informatie over het opnieuw afdrukken van faxen uit het geheugen.
U kunt de printer instellen voor het beantwoorden van binnenkomende oproepen met een specifiek belsignaal. Gebruik deze functie alleen als u zich hebt ingeschreven voor de service, waarmee u verschillende telefoonnummers op een telefoonlijn van uw serviceprovider kunt gebruiken.